Guppy's houd je het best in een groep van minstens zes vissen, in een aquarium van 60 centimeter lang (ongeveer 50 tot 60 liter) met water van 23 tot 26 graden. Neem meer vrouwtjes dan mannetjes, voer kleine porties en reken op jongen, want guppy's zijn levendbarend en planten zich razendsnel voort. Je leest hier waar je op let, welke opzet bij jouw situatie past en hoe je de gebruikelijke beginnersfouten voorkomt.

De guppy (Poecilia reticulata) blijft klein. Volgens soortendatabase FishBase worden mannetjes tot ongeveer 5 centimeter en vrouwtjes tot ongeveer 6 centimeter. Mannetjes zijn na ongeveer twee maanden volwassen, vrouwtjes na ongeveer drie maanden. Dat is snel, en precies daarom is een plan voor de nakomelingen onderdeel van een goede start.

Guppy's houden: waar let je op

Deze vijf punten bepalen of je groep rustig en gezond blijft.

  • Bakgrootte: kies minimaal 60 centimeter lengte en 50 liter inhoud. Een bak van 60 bij 30 bij 30 centimeter bevat ongeveer 54 liter, voor een groep van zes tot acht vissen.
  • Verhouding: houd per mannetje twee tot vijf vrouwtjes. Mannetjes jagen voortdurend op vrouwtjes, en bij te weinig vrouwtjes raken die opgejaagd.
  • Water: houd de temperatuur tussen 23 en 26 graden, de pH rond 7 tot 8 en het water liever middelhard tot hard (ongeveer 9 tot 20 graden DH). Meet dit met een druppeltest, zie aquarium water testen.
  • Voer: geef twee kleine porties per dag, niet meer dan de vissen in twee minuten opeten. Voer je te veel, dan verslechtert het water snel.
  • Dekking: zorg voor dichte beplanting aan de oppervlakte. Zonder schuilplek worden pasgeboren jongen door de groep opgegeten.

Het filter vraagt ook aandacht. Een filter met een sponsvoorfilter of een fijn rooster over de inlaat voorkomt dat kleine jongen worden aangezogen. Laat een nieuwe bak zonder vissen indraaien, voed de filterbacteriën met dagelijks een klein beetje visvoer en meet ammoniak en nitriet. Voeg pas vissen toe wanneer beide waarden na de opstartpieken niet meer meetbaar zijn.

Een groep guppy's met meer vrouwtjes dan mannetjes zwemt rustiger
Een groep guppy's met meer vrouwtjes dan mannetjes zwemt rustiger

Onze keuze per situatie

Wat je nodig hebt hangt af van waar je staat. Hieronder drie producten, elk voor een eigen moment in het houden van guppy's.

Complete set van 60 liter: voor wie nog geen bak heeft

Dit is voor beginners die nog niets hebben staan. Kies een set met bak, filter en verlichting en controleer dat het aquarium minstens 60 centimeter lang is; alleen een inhoud van 60 liter garandeert die lengte niet. Welke sets er zijn en wat je extra nodig hebt lees je bij aquarium 60 liter kopen. Een verwarming met thermostaat komt er meestal nog bij.

Fijn vlokkenvoer: voor dagelijks gebruik

Guppy's hebben een kleine bek en eten van het oppervlak en uit de waterkolom. Dit product is voor wie een goed basisvoer zoekt dat klein genoeg is voor volwassen vissen en ook voor opgroeiende jongen te vermalen is. Meer over het kiezen van voer vind je bij visvoer kiezen.

Java-mos of drijfplanten: voor wie jongen wil laten overleven

Dit is voor aquariumhouders die niet elke worp willen verliezen. Dichte plantenpollen en drijfplanten bieden schuilplaats, en ze nemen ook voedingsstoffen op. Makkelijke soorten staan in aquariumplanten voor beginners.

Keuzetabel voor guppy's

De tabel zet de drie gebruikelijke opzetten naast elkaar, zodat je snel ziet welke het best bij jouw doel past.

SituatieBakAantal guppy'sLet op
Eerste aquarium, rustig beginnen60 cm, 50 tot 60 liter6 (2 mannetjes, 4 vrouwtjes)Dichte beplanting voor de eerste jongen
Geen jongen, wel kleur60 cm, 50 tot 60 liter6 mannetjesGeen vrouwtjes, dus geen nakomelingen
Groep met jongen opvoeden100 liter of meer8 tot 10, met meer vrouwtjesVeel schuilplek en een plan voor overtollige jongen

Gezonde guppy's herkennen en samenstellen

Bij de dierenwinkel gaat het om een paar dingen die je in een minuut ziet. Mannetjes zijn klein, slank en hebben een kleurrijke, grote staart. Vrouwtjes zijn groter, ronder en hebben een rustiger kleur. Kies vissen die actief zwemmen, met gespreide vinnen en een gevulde, maar niet opgezwollen buik.

Let ook op de bak waar ze vandaan komen. Staan er dode of zieke vissen tussen, laat de groep dan liggen. Neem de nieuwe vissen mee in een zak, laat die een kwartier op het water drijven om de temperatuur gelijk te trekken en voeg dan beetje bij beetje water uit je eigen bak toe voor je ze loslaat.

Begin met zes vissen in een bak van 60 liter. Dat is een groep waarin de mannetjes zich verdelen over meerdere vrouwtjes. Voeg later pas vissen toe als je ziet dat de eerste weken stabiel verlopen. Wil je liever een tweede soort in de bak, kies dan vreedzame vissen van vergelijkbare grootte die dezelfde temperatuur en hetzelfde water prettig vinden, en vermijd soorten die aan sluiers knabbelen.

Inrichting voor een rustige groep

Guppy's zwemmen veel in het open water en zoeken dekking in de planten. Een goede verdeling is een open voorkant en een dicht begroeide achterkant en zijkant. Dat geeft ruimte voor de show van de mannetjes en schuilplekken voor vrouwtjes en jongen.

Kies fijn grind of zand dat geen scherpe randen heeft. Plaats stenen en hout met glad oppervlak, zodat vinnen niet blijven haken. Een lichte stroming van het filter is genoeg: guppy's hebben geen sterke stroming nodig en een uitgang die recht op de vissen blaast is te veel van het goede. Een deksel is aan te raden, want de vissen kunnen bij schrik uit het water springen.

Voeren en jongen opvangen

Guppy's eten bijna alles wat klein genoeg is, en dat maakt overvoeren de meest voorkomende reden dat het water troebel wordt. Geef twee keer per dag een snufje droogvoer, en voeg een of twee keer per week levend of bevroren voer toe, zoals watervlooien of artemia. Eén vastendag per week is voor volwassen vissen geen probleem en houdt het water schoner.

Jongen zijn bij de geboorte ongeveer een centimeter lang en zwemmen meteen. Ze blijven in de eerste dagen vaak dicht bij het oppervlak en tussen de planten. Voer ze meerdere keren per dag heel kleine hoeveelheden fijn gemalen vlokken of speciaal jongenvoer. Hoe vaker je klein voert, hoe sneller ze groeien.

Wil je jongen zekerheid geven, zet dan een kweekbakje of een apart bakje van 10 tot 20 liter op dezelfde temperatuur klaar. Haal het zwangere vrouwtje er pas in vlak voor de worp, want stress kan een worp verstoren. Zet haar na de worp direct terug in de hoofdbak. Dit werkt alleen goed als je rustig te werk gaat, dus voor beginners is een dichte bak met drijfplanten de eenvoudigste keuze.

Nog een tip voor het waterbeheer: houd er rekening mee dat een groeiende groep meer afval maakt. Meet dan iets vaker en ververs wat ruimer. Een bak van 60 liter met zes vissen loopt na een jaar met jongen al snel tegen de grens, en dat merk je aan een hogere nitraatwaarde.

Veelgemaakte fouten

De meeste problemen met guppy's ontstaan in de eerste maanden. Dit zijn de valkuilen die je met een goede opzet voorkomt.

  • Te weinig vrouwtjes: met een gelijk aantal mannetjes en vrouwtjes krijgen de vrouwtjes geen rust.
  • Te vroeg vissen toevoegen: in een bak die nog niet is ingelopen, loopt het water snel uit balans en kunnen nitriet en ammoniak oplopen.
  • Te veel voer: voerresten bederven en verontreinigen het water, terwijl guppy's zich vaak mee vol laten eten.
  • Geen plan voor jongen: een vrouwtje krijgt per keer 10 tot 70 jongen. Zonder plan loopt je bak in een paar maanden vol.
  • Grote temperatuurschommelingen: guppy's verdragen veel, maar een stabiele waarde binnen 23 tot 26 graden is gezonder dan snelle sprongen.

Heb je een bak met veel jongen? Zet ze dan niet in een te klein bakje, maar geef ze ruimte in de hoofdbak met dichte beplanting. Een deel van de jongen wordt dan alsnog door de groep gegeten, dus rekenen op een kleine worp per vrouwtje is realistischer dan hopen op alle jongen.

Dichte beplanting geeft pasgeboren guppy's een kans om op te groeien
Dichte beplanting geeft pasgeboren guppy's een kans om op te groeien

Onderhoud en vervangen

Verschoon elke week ongeveer 20 tot 30 procent van het water met water van dezelfde temperatuur. Zuig daarbij losse resten van de bodem en reinig de spons van het filter in een emmer met aquariumwater, niet onder de kraan, zodat de bacteriën blijven leven. Meet minstens eens per twee weken de waarden, zeker als de groep groeit.

Controleer de verwarming en thermostaat regelmatig, want een stuk apparatuur dat uitvalt merk je anders pas als de vissen ziek worden. Een betrouwbare thermometer in de bak is daarbij onmisbaar. Houd in een groep ook in de gaten of een mannetje een vrouwtje blijft achtervolgen, want zij krijgt dan geen rust om te eten.

Vervang plantendelen die wegrotten en kijk elke dag even naar de vissen. Een guppy die met geklemde vinnen in een hoek hangt, of een vrouwtje dat zwaar en gespannen zwemt vlak voor de worp, vraagt om aandacht. Hoe de zwangerschap en de verzorging precies verlopen, zie je in een goede uitleg in beeld.

De zwangerschap duurt ongeveer vier tot zes weken, en jonge vrouwtjes kunnen na twee tot drie maanden zelf al jongen krijgen. Plan daarom op tijd wat je met de nakomelingen doet. Past een grotere groep niet meer in je bak, dan kun je een plek zoeken bij een dierenwinkel of een andere aquariumhouder.