Japonica garnalen (Caridina multidentata, ook bekend als de Amano garnaal) zijn grote, rustige algeneters die je het beste houdt in een groep van minimaal vijf of zes dieren, in een ingedraaid aquarium van minstens 30 liter. Ze eten draadalg, zachte groene aanslag en biofilm, maar eten geen blauwalg en verwijderen zwarte penseelalg niet betrouwbaar. Het zijn dus een goede hulp naast goed waterbeheer, geen wondermiddel.
Voor beginners is dit een van de makkelijkste garnalen, omdat ze groter zijn dan dwerggarnalen en kleine schommelingen beter verdragen. Toch verliezen veel aquariumhouders in de eerste weken dieren. Meestal komt dat door een te jong aquarium, koper in het water of een te snelle overgang bij het inzetten. Hieronder lees je waar je op let, wat je nodig hebt en wat je beter niet kunt verwachten.
Waar let je op bij japonica garnalen
Deze vijf factoren bepalen of je garnalen jarenlang meegaan of binnen enkele weken verdwijnen.
- Grootte van het aquarium: minimaal 30 liter, liever meer. Een volwassen garnaal wordt ongeveer 4 tot 5 cm. Als vuistregel rekenen we op ongeveer 1 garnaal per 5 liter, dus 6 garnalen in 30 liter en 12 in 60 liter.
- Groepsgrootte: minstens 5 tot 6 dieren. In een kleinere groep verstoppen ze zich vaker en zie je ze nauwelijks, terwijl ze in een groep openlijk over planten en hout foerageren.
- Temperatuur: 20 tot 26 graden is de comfortabele zone. Ze verdragen ongeveer 18 tot 28 graden, maar warmer dan 26 graden vraagt meer zuurstof en vergroot de kans op uitval.
- Waterwaarden: pH 6,5 tot 7,8, GH 5 tot 15 en KH 3 tot 8. Ammoniak en nitriet moeten 0 zijn, nitraat liefst onder de 20 mg/l.
- Koper en medicijnen: koper is giftig voor garnalen. Let op bij algenbestrijders, sommige ziektemedicijnen en meststoffen die koper bevatten. Lees altijd het etiket.
Wil je weten hoe je GH en KH meet en wat de uitslagen betekenen, lees dan eerst hoe je je aquariumwater test. Een aquarium dat korter dan vier tot zes weken draait, is voor garnalen bijna altijd te onrustig.
Onze keuze per situatie
De garnalen zelf koop je bij een dierenspeciaalzaak of kweker. De producten hieronder zorgen ervoor dat ze het overleven en blijven eten. Kies op basis van het probleem dat jij als eerste tegenkomt.
Druppeltest voor GH en KH: voor wie zeker wil zijn van het water
Dit is voor aquariumhouders die nog nooit GH en KH hebben gemeten. Je ziet er vooraf mee of je water binnen de 5 tot 15 GH valt, maar controleer ook de overige waterwaarden en de temperatuur voordat je garnalen inzet. Een druppeltest leest makkelijker af dan een strip, zeker als je net begint.
Filterspons voor de inlaat: voor wie al een filter heeft
Dit is voor wie een binnen- of buitenfilter gebruikt met een brede inlaat. Kleine of net vervelde garnalen kunnen worden aangezogen, en een spons op de inlaat voorkomt dat. Het geeft bovendien extra oppervlak voor biofilm, dat de garnalen graag eten.
Garnalenvoer: voor als er weinig algen groeien
Dit is voor schone, jonge bakken waar de garnalen na een paar weken weinig te eten vinden. Bijvoeren met een speciaal garnalenvoer, een of twee keer per week en in kleine hoeveelheden, houdt ze gezond zonder het water te belasten. Haal restjes na een dag weg.
Keuzetabel: welke opzet past bij jouw aquarium
De tabel zet gangbare aquariumgroottes naast een realistisch aantal garnalen. Het aantal is een voorzichtige vuistregel en geen harde grens.
| Aquarium | Aantal garnalen | Geschikt voor | Let extra op |
|---|---|---|---|
| 30 liter | 6 | Beginners met alleen garnalen | Stabiele temperatuur en een goed sluitend deksel |
| 60 liter | 12 | Gezelschapsaquarium met kleine, vreedzame vissen | Voldoende schuilplekken en af en toe bijvoeren |
| 100 liter | 20 | Beplant aquarium met aanslag van zachte algen | Ze lossen niet elke algensoort op |
Heb je geen zin om meteen 12 dieren te kopen, begin dan met 6 en breid na een maand uit als de waterwaarden stabiel blijven. Twijfel je tussen deze soort en kleinere dwerggarnalen, lees dan hoe je een garnalenaquarium opzet. Dwerggarnalen stellen andere eisen aan het water.

Welke algen eten ze wel en niet
De naam algeneter wekt hoge verwachtingen. In de praktijk eten japonica garnalen vooral draadalg, zachte groene aanslag en het laagje biofilm op planten, hout en glas. Blauwalg eten ze niet en zwarte penseelalg verwijderen ze niet betrouwbaar. Bruine aanslag van diatomeeën eten ze wel.
Heb je blauwalg, dan helpen garnalen niet en lees je liever hoe je blauwalg aanpakt. Bij groene aanslag zijn ze een prima aanvulling, maar de oorzaak, zoals te veel licht of te veel voedingsstoffen, blijft bestaan.
Verwacht ook geen snelle klus bij een zwaar vervuilde bak. Een groep van zes garnalen ruimt in een aquarium van 60 liter een flinke plek draadalg niet in een nacht op. Je haalt eerst het grootste deel met de hand weg en laat de garnalen de rest bijhouden.
Voeding en inrichting
Japonica garnalen zijn alleseters. Naast algen en biofilm eten ze afgestorven plantendelen, restjes voer en kleine stukjes blad. Een bak met veel planten, mos en hout biedt dus continu voedsel en schuilplekken. Gezonde planten zijn een voordeel: de garnalen laten ze met rust en ruimen het afval eromheen op.
Zorg voor stroming en zuurstof, want in de natuur leven deze garnalen in helder, stromend water. Een filter met een rustige, maar merkbare stroming is voldoende. Een bodem van fijn grind of zand werkt prima, en met een paar stenen of een stuk wortelhout creëer je plekken waar ze zich kunnen terugtrekken na het vervellen. Kies wel grind of zand zonder scherpe randen.
Voer je met korrels of tabletten, geef dan niet meer dan de garnalen in ongeveer een uur opeten. Bij een groep van zes dieren is dat al snel een klein stukje van een tablet. Heb je ook vissen in de bak, dan eten die vaak het voer weg voordat de garnalen erbij kunnen. Laat het voer dan zakken op een rustige plek, of voer de garnalen op een moment dat de vissen al gegeten hebben.
Zo herken je gezonde dieren bij aankoop
Kijk of de garnalen actief rondlopen en foerageren. Een gezonde garnaal heeft een helder, doorzichtig lijf, houdt zich stevig vast aan het materiaal in de bak en reageert snel op beweging. Liggen er dieren op hun zij, of zijn veel garnalen bleek of melkachtig wit, kies dan een andere bak of een andere winkel.
Vraag ook naar de waterwaarden in de verkoopbak, zeker de GH en de temperatuur. Zijn die heel anders dan bij jou thuis, dan moet je langer acclimatiseren. Neem de garnalen mee in een geïsoleerde tas als het buiten koud of warm is, zodat het water niet meer dan een paar graden verandert tijdens het transport.
Inzetten, deksel en vissen erbij
Acclimatiseer nieuwe garnalen langzaam. Giet ze met het transportwater in een emmer en laat gedurende een tot twee uur water uit je aquarium erbij druppelen, bijvoorbeeld met een luchtslangetje met een knijpertje. Een plotselinge overgang in GH of temperatuur is een veelvoorkomende doodsoorzaak.
Houd het aquarium afgesloten. Japonica garnalen klimmen soms uit de bak, zeker in de eerste dagen of als de waterwaarden niet kloppen. Wat vissen betreft: rustige kleine soorten gaan meestal goed samen met ze. Grote of roofzuchtige vissen zoals cichliden, grote barbelen en grote meervallen zien ze als voedsel. Welke combinaties passen bij kleine bakken, lees je in vissen voor een nano aquarium.
Fokken lukt in een gewoon zoetwateraquarium niet. De larven hebben brak water nodig om zich te ontwikkelen, dus je ziet geen jonge garnalen opgroeien. Wil je de groep op sterkte houden, dan koop je af en toe nieuwe dieren bij.

Houd er ook rekening mee dat garnalen gevoelig zijn voor een slechte waterkwaliteit die jij zelf niet direct ziet. Een bak die helder oogt, kan toch nitriet bevatten. Meet daarom na het inzetten de eerste twee weken regelmatig, ook als de garnalen er goed uitzien. Zo merk je een probleem op voordat het dieren kost.
Veelgemaakte fouten
- Garnalen inzetten in een aquarium dat nog geen vier tot zes weken draait.
- Te snel acclimatiseren, waardoor het verschil in GH of temperatuur te groot is.
- Koperhoudende plantenvoeding overdoseren of medicijnen, of dieren overzetten uit een bak waarin gemedicineerd is.
- Te weinig dieren kopen, waardoor ze zich verstoppen.
- De bak open laten staan of met grote kieren in het deksel.
- Verwachten dat ze alle algen oplossen, terwijl de oorzaak (licht, voeding) niet is aangepakt.
- Veel voeren omdat de garnalen altijd lijken te zoeken. Dat is hun normale gedrag, en overtollig voer vervuilt het water.
Onderhoud en vervangen
Ververs wekelijks ongeveer 10 tot 20 procent van het water met water van dezelfde temperatuur, en gebruik een waterbehandelaar die chloor verwijdert. Meet GH, KH en nitriet regelmatig, en zeker na een sterfgeval. Garnalen vervellen: een leeg, doorzichtig pakje in de bak is normaal en geen dood dier. Laat het liggen, want ze eten het zelf op.
Vind je een dier dood, kijk dan eerst naar vervelling, waterwaarden en koper. Haal het dode dier snel uit de bak, anders vervuilt het water. Vervang alleen als de groep te klein is geworden om zich veilig te voelen, en zet nieuwe garnalen via de druppelmethode in dezelfde bak. Spoel nieuwe voorwerpen als hout en decoratie goed af voor je ze in de bak plaatst.





